Het programma is opgebouwd als een soort “fotoroman” met een verhaallijn waarin allerlei leestaken, schrijftaken, vragen en oefeningen voorkomen. Het verhaal wordt verteld via afbeeldingen die zijn voorzien van geluid.

De gebruiker moet zich proberen in te leven in het verhaal en van daaruit handelingen verrichten, bijvoorbeeld een opdracht uitvoeren zoals het invullen van een formulier, enz.
Daarna volgen steeds vragen of oefeningen en soms een taalspel. De cursist kan alle (zelf)getypte teksten laten voorlezen door een duidelijke spraaksynthesizer.

In het startmenu verschijnt een plaatje van een aflevering 1. Pas wanneer deze aflevering helemaal is doorlopen en voor 80% goed gescoord, wordt de volgende aflevering zichtbaar in het startmenu.

© Stichting ALFAbeter 2011