Alfabeter Lezen is in 2001 uitgebracht bestaat uit oefeningen in lezen aan de hand van alledaagse teksten, zoals borden op straat, post, de krant, informatieve teksten en ndertiteling in films. Het programma bestaat uit 10 modules, die elk weer bestaan uit 10 blokken.
De doorlooptijd voor een gemiddelde cursist is tussen de 75 en 100 uur.
Naast de inhoudelijke onderwerpen (tekstsoorten) komen ook sociaal-emotionele onderwerpen aan de orde. Dit gebeurt o.a. in de 10 'filmpjes' met als hoofdpersonen: Karel en Mia. In elk van deze dia-klankbeelden komt een aspect aan bod, zoals angst voor ontdekking, schaamte, laag zelfbeeld, enzovoort. Deze filmpjes zijn bedoeld als uitgangspunt voor discussie in een alfabetiseringsgroep. Naast de beperkingen in technische vaardigheden zijn angst en schaamte namelijk kenmerkend voor laaggeletterdheid. Dit zijn tevens de belangrijkste belemmeringen in het leerproces.
Vandaar dat Alfabeter Lezen het best gebruikt kan worden naast lessen in een kleine, veilige groep (max 10 personen) onder begeleiding van een deskundige en betrokken docent.
De opbouw van het programma is als volgt:
niveau (KSE) 1a: 3 basismodulen (de post, borden, woord en beeld)
niveau (KSE) 1b: 2 vervolgmodulen (de krant, informatieve teksten)
niveau (KSE) 2a: 3 basismodulen (de post, je weg vinden, ondertitels in films)
niveau (KSE) 2b: 2 vervolgmodulen (de krant, informatieve teksten)
Daar waar op een hoger niveau dezelfde genres terugkomen (de krant, informatieve teksten) zijn de onderwerpen verschillend en is de moeilijkheidsgraad van de onderwerpen hoger.
De aanbiedingsvorm van Alfabeter Lezen was aanvankelijk op twee cd-roms. Voor de ROC's was dit echter een tijdrovende en moeilijke vorm, omdat de systeembeheerder steeds moest zorgen dat het programma goed geïnstalleerd was en updates werden bijgehouden.
Toen de bandbreedte van internet voldoende was voor het verzenden van de vele geluids- en beeldfragmenten in Alfabeter Lezen, is gekozen voor online-distributie. Hiervoor heeft de stichting het hele project laten herprogrammeren om het geschikt te maken voor internet. Dit is gerealiseerd in 2008.
Het bijkomend voordeel hiervan is dat cursisten en docenten op elke gewenste plek kunnen inloggen: op school, thuis, in de bibliotheek, enz.
Ook het actualiseren van de inhoud door de stichting wordt daardoor logistiek veel eenvoudiger.